zaterdag 3 november 2012 / NRC Handelsblad / Foto: Comedy Central

Krant / Achtergrond

Amerikaan kiest voor gekleurd nieuws

Wie won het tweede debat? Romney, zegt de rechtse nieuwszender Fox News. Obama, zegt de linkse evenknie MSNBC. De neutrale nieuwszender CNN houdt zich op de vlakte: "Obama was sterk, en Romney ook."

 

Linkse en rechtse media spiegelen elkaar als een perfecte Rorschachtest, blijkt uit onderzoek van het Pew Research Center. Zo berichtte Fox News even vaak positief als negatief over Romney, maar als het over Obama ging waren zes van de zeven berichten negatief. Bij MSNBC vonden de onderzoekers exact hetzelfde patroon, maar dan omgekeerd.


Het medialandschap in de VS is tot op het bot verdeeld. En de toon verhardt: deze verkiezingscampagne was 72 procent van het nieuws over Obama negatief, bij Romney was dat het geval bij 71 procent van de berichten. De tegenpartij heeft niet alleen een andere mening, maar is de vijand. De meest extreme standpunten zijn geoorloofd, meningen maken plaats voor feiten.

 

Tom Rosenstiel, directeur van het Project for Excellence in Journalism, wijt deze ontwikkeling onder meer aan het krimpen van nieuwsredacties. De campagneteams van de presidentskandidaten daarentegen zijn groter dan ooit en kunnen door sociale media direct met potentiële kiezers communiceren. "Niet zozeer journalisten, maar campagneteams bepalen het nieuws", zegt Rosenstiel.

 

Er is nog een reden voor het gepolariseerde medialandschap in de VS: extreme standpunten verkopen beter. Fox News en MSNBC zijn de twee best bekeken nieuwszenders in de VS, de neutrale nieuwszender CNN zag het aantal kijkers afgelopen jaar met ruim 35 procent afnemen. Traditionele kranten staan onder druk, gekleurde blogs en sites als Huffington Post zijn in opkomst.


Amerikaanse nieuwsconsumenten worden kennelijk liever gesterkt in hun opvattingen dan geïnformeerd over wat er aan de hand is. Toch is de onvrede groot. Het wantrouwen tegenover de media is nog nooit zo groot geweest. Uit een peiling van Gallup blijkt dat slechts veertig procent van de Amerikanen vindt dat media het nieuws eerlijk en accuraat weergeven. Tien jaar geleden had nog 54 procent vertrouwen in de media en in de jaren zeventig lag dit op 72 procent. Ook zeiden dit jaar minder Amerikanen het nieuws te volgen dan in eerdere verkiezingsjaren. De onverschilligheid neemt toe.


Het is een rare paradox: hoewel nieuwsconsumenten massaal voor gekleurd nieuws kiezen, is de waardering voor wat media bieden laag. Is gekleurd nieuws dan het enige wat Amerikaanse media te bieden hebben? Nee, er zijn wel degelijk journalistieke initiatieven die de polarisering proberen te doorbreken. Hieronder bespreken we enkele voorbeelden en kijken we hoe succesvol zij zijn.

 

1. ALLE KANTEN BELICHTEN

 

De website Allsides.com brengt artikelen van linkse, rechtse en neutrale nieuwsbronnen over hetzelfde onderwerp bij elkaar, om de lezer van alle kanten te informeren. Zo kan je in één oogopslag zien wat er door het gehele politieke spectrum zoal wordt gedacht over abortus, vuurwapenregulering, belastingen en gezondheidszorg. Tijdens de verkiezingen maakte de site van elk presidentsdebat een overzicht van de verschenen artikelen. “Alleen al door de koppen te scannen krijg je een beter beeld van het debat dan wanneer je één van de analyses leest”, zegt oprichter John Gable.

 

Gable, eerder productontwikkelaar bij Netscape, gelooft in een technische oplossing voor het gepolariseerde medialandschap. De beoordeling van van artikelen en nieuwsorganisaties gebeurt op basis van input van lezers uit het hele politieke spectrum. “Het is geen harde wetenschap”, geeft Gable toe, “maar hoe meer mensen meedoen, des te duidelijker wordt hoe een artikel zich verhoudt tot de publieke opinie.”

 

Of de site een succes wordt, is nog niet duidelijk. De site bestaat pas sinds twee maanden en is nog in ontwikkeling. Tot nu toe Gable enkele tienduizenden bezoekers ontvangen, dat is weinig voor een site. Tot zijn verbazing bleken veel leraren geïnteresseerd om de site gebruiken als lesmateriaal. Ook journalisten zijn enthousiast, om snel overzicht te krijgen wat er zoal door hun collega’s wordt geschreven. Maar uiteindelijk gaat het Gable om het grote publiek. “Het mooiste zou zijn als Google en Bing onze site oppikken in hun algoritmes”, zegt Gable. “Zodat je niet alleen de meest populaire artikelen krijgt gepresenteerd of artikelen die het beste aansluiten bij eerdere zoeksresultaten, maar een zo volledig mogelijk overzicht.”

 

2. FEITEN CHECKEN

 

Fact checkers controleren feitelijke uitspraken van politici op juistheid. De traditionele wijze van verslaggeven – hoor en wederhoor toepassen, in de VS ook wel “he said she said”-verslaggeving genoemd – volstaat niet langer als politici en hun campagneteams dingen beweren die niet kloppen, is het idee. Fact checkers proberen onjuiste of ongefundeerde uitspraken van politici actief tegen te spreken en vormen zo een belangrijke tegenstroom in een klimaat waarin voor- en tegenstanders elkaar overtreffen in sterke uitspraken.

 

In Nederland zijn fact checkers relatief nieuw; Amerikaanse kiezers zijn al langer bekend met dit verschijnsel. Vijf jaar geleden begon de fact check-organisatie Politifact.org, een prijswinnend project van The Tampa Bay Times. Zij hanteren de ‘Truth-o-Meter’, die in het geval van aperte onjuistheden uitslaat naar ‘pants on fire’. In het vorige campagnejaar kwam daar de organisatie Factcheck.org bij en begon de Washington Post met het uitdelen van ‘pinokkio’s’.

 

Deze verkiezingscampagne sloeg de stemming om: fact checkers werden zélf onderwerp van discussie. Zij zouden politiek gekleurd, en dan vooral links zijn. “Fact checkers checken geen feiten, zij spinnen”, schreef de conservatieve blogger Erick Erickson. “We gaan onze campagne niet laten dicteren door fact-checkers”, zei Romney’s campagneman Neil Newhouse nadat verschillende fact checkers hadden aangetoond dat een Romney-spotje ten onrechte stelde dat Obama de uitkeringstrekkers niet langer zou verplichten in te zetten om een baan te vinden. Het spotje bleef op tv.

 

De invloed van fact checkers in de VS lijkt af te nemen. Een kwart van de politieke campagnespotjes die het laatste half jaar zijn uitgezonden bevatte ten minste één onjuiste uitspraak, berekende Kathleen Hall Jamieson van Factcheck.org – daar valt moeilijk tegenop te checken. Tom Rosenstiel van het Project for Excellence in Journalism ziet fact checking nog steeds als een onderdeel van journalistiek, maar alleen als aanvulling op onderzoeksjournalistiek.

 

3. LATEN ZIEN HOE HET SYSTEEM WERKT

 

Een opvallende trend in de VS is op de opkomst van zogeheten ‘public interest groups’, organisaties die bepaalde onderwerpen onder de aandacht willen brengen. Daarbij kunnen zij samenwerken met journalisten, als zelf direct het publiek opzoeken.

 

Een voorbeeld is MapLight.org, een twaalfkoppige non-profitorganisatie in San Francisco die zich toelegt op het onderzoeken van de invloed van geld op de Amerikaanse politiek. Jeffrey ErnstFriedman, nu hoofd onderzoek van MapLight, werkte voor eerder als journalist in Washington D.C. Daar woonde hij congreszittingen bij voor gespecialiseerde nieuwsbrieven voor lobbyisten. “Ik zag een enorm gat tussen wat ik in kranten las, en wat er achter de schermen gebeurde”, vertelt hij. “Politici worden bespeeld door allerlei lobbygroepen om ergens voor of tegen te stemmen. Daar hoort een gewone burger vrijwel nooit iets over.”

 

Bij MapLight brengt hij in kaart bij welke congresleden geld hebben gekregen van bepaalde lobbygroepen, en hoe zij vervolgens hebben gestemd. ErnstFriedman noemt dit 'advocacy journalism': hij doet onderzoek in het algemeen belang en draagt daarbij openlijk een agenda uit, geld corrumpeert politiek. De organisatie legt zelf niet een causaal verband tussen specifieke donaties en stemgedrag, maar maakt databases toegankelijk zodat journalisten en burgers hun eigen conclusies kunnen te trekken. Naar eigen zeggen zijn er sinds de oprichting van MapLight in 2009 meer dan drieduizend artikelen verschenen waarbij gebruik is gemaakt van hun databases, in onder andere the New York Times, the Washington Post en the Wall Street Journal.

 

Het gebeurt vaker in de VS dat onderzoeksjournalistiek deels wordt overgenomen door non-profitorganisaties en universiteiten, zegt Tom Rosenstiel. “Journalisten bij traditionele nieuwsmedia krijgen minder tijd voor uitvoerig onderzoek, terwijl er wel behoefte is aan dit soort informatie. Zolang zulke organisaties transparant opereren, komt dat de kwaliteit van de journalistiek en het publiek debat ten goede.”

 

4. SATIRE 

 

Tot slot is er humor. De satirische nieuwsshows van Jon Stewart en Stephen Colbert, in de VS en in Nederland te zien op Comedy Central, zijn waarschijnlijk de bekendste voorbeelden van kritiek op het Amerikaanse gepolariseerde medialandschap.

 

In Stewarts The Daily Show, sinds 1999 op tv, wordt zowel de Amerikaanse politiek als de manier van verslaggeving in de media op de hak wordt genomen. Stewart zegt steevast dat hij geen journalist is maar komiek. Toch is zijn invloed is groot. In 2009 werd Stewart in een online poll van Time Magazine zelfs met 44 procent van de stemmen verkozen tot ‘meest betrouwbare nieuwsman’.Twee jaar geleden kwamen meer dan 200.000 mensen af op de door hem georganiseerde ‘Rally to restore sanity’, een demonstratie tegen polarisatie in de Amerikaanse politiek. In deze verkiezingen had Stewart een politiek debat met Bill O’Reilly – zijn tegenpool op Fox News die juist niet voor komiek wil doorgaan.

 

Colberts Colbert Report, een offspring van The Daily Show, gaat nog een stap verder. In zijn show maakt Colbert het Amerikaanse hypergepolariseerde nieuws belachelijk door een rechtse nieuwsshow te imiteren en slechts een fractie te overdrijven. Vorig jaar verbaasde hij vriend en vijand door zich voor kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen, inclusief een eigen super-PAC, een fonds waarmee politici anonieme donaties kunnen ontvangen.“Dit is geen grap”, luidden de eerste woorden van Colberts speech na de formele oprichting van hij zijn super-PAC. De menigte barstte in lachen uit.

 

Stewart en Colbert tonen hoe nauw politiek en media in de VS verweven zijn. De door Colbert geïntroduceerde term truthiness, vrij vertaald ‘waarheiderigheid’, vat de staat van de Amerikaanse media wellicht nog het best samen. Toch beschouwt Tom Rosenstiel, de shows van Stewart en Colbert niet als volwaardig alternatief voor serieuze journalistiek. “Het doel van Stewart en Colbert is mensen te vermaken en daar geld mee te verdienen”, zegt hij. Dan is hij even stil. “Nou ja, net als de meeste journalisten.”

 

KADER: Linkse mediahelden

 

1. Bill Maher (HBO), Amerikaans komiek en acteur. Presenteert bij HBO het programma Real Time with Bill Maher.
2. Chris Matthews, Ed Schultz, Rachel Maddow (MSNBC): deze presentatoren staan achter elkaar geprogrammeerd op MSNBC. Gezamenlijk goed voor een avond rechts bashen.
3. Ariana Huffington bekend door haar website The Huffington Post. Was in de jaren '90 conservatief, is nu spraakmakend met haar 'liberal views'.

 

KADER: Rechtse mediahelden

 

1. Bill O'Reilly presentator van het opinieprogramma The O'Reilly factor op Fox News.
2. Ann Coulter, conservatieve blondine met satirische stijl. Heeft de site anncoulter.com en noemde Obama recent in een tweet 'een imbeciel'.
3. Rush Limbaugh conservatief politiek radiocommentator, te horen op 600 stations.
4. Erick Erickson, Michelle Malkin bloggers. Erickson werkt voor het neoconservatieve blog RedState.