zaterdag 27 oktober 2012 / NRC Handelsblad /

Krant / Uit het notitieboek van Eva de Valk

Gelieve niet te wassen

De openbare bibliotheek in de wijk Mission in San Francisco huist in een statig, neoklassiek pand. Het plafond is zeker vijf meter hoog en versierd met ornamenten. Door de hoge ramen valt zacht, gefilterd licht; de stijlvolle beukenhouten vloer kraakt niet. En, zoals buiten op een bordje staat: er is gratis draadloos internet. Een perfecte werkplek, kortom.


Direct bij binnenkomst valt mijn oog op een bord met de gebruikersvoorwaarden van de bibliotheek. 'Het dragen van kleding en schoeisel is verplicht', staat er. Ik grinnik: tegen die hippies van hier zeker. Verder: geen drank, geen drugs, kinderen van onder de acht mogen alleen met hun ouders naar binnen. Prima. Lekker rustig.


Ik installeer me aan een van de lange leestafels. Naast me zit een vrouw met lang grijs haar en een batik T-shirt. Ze rangschikt cashewnoten in een figuurtje op een servet. "Pom pom pom", mompelt ze. "Pom pom pom pom." Na een tijdje gaat ze verder met een zakje Nibbits. Het wordt een heel kunstwerk. "Mooie laptop", zegt ze opeens, terwijl ze met haar vette vinger op mijn scherm tikt. Ze houdt het zakje Nibbits voor me: "Chipje?"


Ik schud nee, veeg mijn scherm schoon en probeer me op mijn werk te concentreren. Vanuit mijn ooghoek zie ik een jongen met een muts op. Hij zit voorovergebogen en heeft zijn handen bij zijn gezicht. Ik probeer te zien wat hij doet. Hè jakkes, hij drukt een mee-eter uit. Snel draai ik mijn hoofd weg. Kom, hup, aan het werk. Zo wordt het nooit wat.


Vanuit het gangpad hoor ik een schrobbend geluid. Een zwarte man met dreadlocks poetst zijn tanden. Hij heeft een grote rugzak op zijn rug en een slaapzak onder zijn arm. Met grote stappen komt hij op mij afgelopen, tot hij naast mij staat. Hij spuugt zijn tandpasta in een papierbak en gooit zijn tandenborstel er achteraan.

 

Aan de andere kant van de bibliotheek schalt opeens harde housemuziek uit de boxen van een openbare computer. Een hoogzwangere bibliothecaresse komt toegesneld en vraagt de jongen achter de computer het volume uit te zetten. "Rot op, vette teef!" brult hij terug. De Nibbitvrouw naast mij wordt nerveus. "Pom! Pom! Pom!", murmelt ze, terwijl ze met haar vingers op de tafel roffelt.


Ik besluit mij even af te zonderen en ga naar het toilet. De deur is op slot. Er hangt een bordje: 'Gelieve niet te wassen.' Er onder hangt een overzicht van goedkope wasserettes in de buurt en adressen waar je gratis kunt douchen. 'Haal de sleutel bij de balie op de eerste verdieping', staat op weer een ander bordje op de deur.


De baliedame geeft mij de sleutel. Direct zet ze een eierwekker aan. Ze wijst naar een bordje achter haar: 'Toiletgebruik: niet langer dan tien minuten.' Indien je langer dan tien minuten op de wc blijft, wordt de deur geopend met een loper. "Noodzakelijke voorzorgsmaatregelen", legt ze uit. "Het is te vaak misgegaan. Dan zit er één zijn kleren te wassen op het toilet en plast een ander in de lift."


Ze begrijpt het wel, zegt ze. "Het is hier warm en droog en er is gratis internet." De bibliotheek is een openbare ruimte, in principe mogen ze niemand weigeren. Maar soms moeten ze grenzen trekken, zegt ze. "We zijn toch geen daklozenopvang?"

 

In deze rubriek beschrijven verslaggevers indrukken tijdens hun reis door Amerika. Eva de Valk schrijft volgende week zaterdag bij Media over polarisatie in Amerikaanse media.