woensdag 25 november 2015 / NRC Handelsblad & nrc.next / Illustratie: Arjen Born / NRC

Krant / Sociale media

Minder vrienden, betere gesprekken

‘Ik had alles, maar heb me nog nooit zo ellendig gevoeld.” Dat bekende de 19-jarige Instagram-ster Essena O’Neill eerder deze maand huilend in een veelbesproken filmpje. Ze kondigde aan haar Instagram-account, met een half miljoen volgers, te sluiten. „Alles wat ik deed, ging om likes en volgers”, aldus O’Neill. „Als je je laat leiden door getallen, laat je jezelf leiden door iets dat niet puur, echt en liefdevol is.”

 

Het filmpje werd – ironisch genoeg – een hit. O’Neill raakte een snaar. Want wie laat er nou nog echt iets van zichzelf zien op sociale media? We zijn voorzichtiger geworden: we poseren op foto’s en wegen onze woorden voor we iets online zetten. Op Facebook delen we bovendien steeds minder, zo bleek onlangs uit een rapport van GlobalWebIndex. Afgelopen kwartaal plaatste 34 procent van de Facebookgebruikers een bericht en 37 procent een foto, tegenover respectievelijk 50 en 59 procent een jaar eerder.

 

Verschillende bedrijven hopen iets uit te vinden waarmee we wél weer met vrienden durven te delen. Ze gokken op kleinere, specifieke groepen met uitsluitend mensen die je goed kent, zoals bij WhatsApp. Die app heeft ook meteen een makke: advertenties zijn er niet, en het kost de gebruiker hoogstens 1 dollar per jaar. Facebook verdient dankzij het enorme bereik ongeveer 12 dollar per gebruiker per jaar aan advertenties.

 

Eén van de bedrijven die het desondanks probeert, is de Nederlandse startup Camarilla, waarvan de gelijknamige app sinds deze week is te downloaden (vooralsnog alleen voor iPhones). Op Camarilla kun je foto’s en video’s delen met maximaal vijftien contacten. De bedoeling is een afgeschermde omgeving te creëren, waar mensen zichzelf durven te zijn.

 

Dunbars nummer

Waarom vijftien? Camarilla is gebaseerd op onderzoek van Robin Dunbar, hoogleraar evolutionaire biologie aan de universiteit van Oxford. Volgens Dunbar hebben we ongeveer vijf beste vrienden, vijftien goede vrienden en vijftig mensen die we persoonlijk kennen. Maximaal met honderdvijftig mensen kunnen we sociale relaties onderhouden. Dunbar’s number, zoals het bekendstaat, ligt dus veel lager dan de 338 Facebookvrienden die we gemiddeld hebben.

 

Ook Path baseert zich op het onderzoek van Dunbar. Dat sociale netwerk werd in 2010 opgericht door een oud-Facebookmedewerker en onderscheidde zich doordat je maximaal vijftig vrienden kon toevoegen. Investeerders staken 77 miljoen dollar (72 miljoen euro) in Path, maar toch brak het sociale netwerk niet door. In de hoop meer gebruikers te genereren werd het maximale aantal vrienden in 2012 opgerekt tot honderdvijftig – het grootste aantal dat met een beroep op Dunbar te verantwoorden was.

 

Het mocht niet baten: Path heeft op dit moment naar eigen zeggen 23 miljoen actieve gebruikers; slechts een fractie van het aantal actieve gebruikers op Facebook (ruim 1 miljard) en Instagram (400 miljoen). Enkele maanden geleden werd Path voor een onbekend bedrag overgenomen door het Koreaanse internetbedrijf Daum Kakao. Het is nog niet bekend wat dat betekent voor de toekomst van het bedrijf.

 

Alleen maar perfecte vakanties

Toch zijn er goede redenen om het aantal online vrienden te beperken. Zo blijkt uit een deze maand gepubliceerd onderzoek in het wetenschappelijk tijdschrift Personality and Individual Differences dat mensen die intensief gebruikmaken van Facebook vaker een negatief zelfbeeld hebben.

 

Een andere recente studie in Cyberpsychology, Behavior and Social Networking laat zien dat het gebruik van Instagram gerelateerd is aan depressieve gevoelens. Dit verband wordt sterker naarmate je meer onbekenden volgt – vermoedelijk omdat je van mensen die je kent, wéét dat hun leven meer is dan wat hun Facebook- of Instagram-tijdlijn toont. Bij onbekenden zijn de perfect gecureerde foto’s het enige wat je ziet, en dat kan negatieve sociale vergelijkingen uitlokken. Positieve berichten van bekenden zouden mensen daarentegen wél vrolijk stemmen.

 

„Het is moeilijk om de exacte relatie tussen socialemediagebruik en emoties aan te tonen”, zegt Dian de Vries, universitair docent aan de Universiteit Utrecht, die meewerkte aan onder meer de eerder genoemde Facebookstudie. „Veel hangt af van hoezeer je jezelf met anderen vergelijkt.”

 

Toch stapelen de bewijzen zich op dat intensief gebruik van sociale media negatieve gevolgen kan hebben, zegt De Vries. „Ik maak me zorgen over het effect van Instagram-sterren op jongeren. De indruk wordt gewekt dat hun leven uitsluitend bestaat uit mooie kleren, mooie spullen, hordes vrienden en perfecte vakanties. Het kan onzekere tieners nóg onzekerder maken.”

 

Een optie is om sociale netwerken waarmee je iets met de ‘massa’ deelt vaarwel te zeggen, en in plaats daarvan uitsluitend gebruik te maken van besloten chatapps zoals WhatsApp. Dan stuur je iets óf naar iemand persoonlijk, of naar een kleine groep, waarna iedereen alle reacties kan lezen. Camarilla probeert iets nieuws, door elementen van sociale netwerken (zoals de tijdlijn) te combineren met een gesloten- chat-structuur. Je deelt een foto in één keer met al je naaste contacten, maar de reacties zijn alleen voor jou zichtbaar. Camarilla-oprichter Constance Scholten: „Zo hoef je niet verschillende vrienden hetzelfde bericht te sturen, maar je hebt toch het persoonlijke van één-op-één communicatie.”

 

 

Geen verdienmodel

Rest de vraag: valt er geld te verdienen met zulke apps? Sociale netwerken verdienen (vooral) geld met advertenties. Dat is de reden dat je voortdurend wordt verleid om meer mensen toe te voegen: adverteerders krijgen op die manier een zo groot mogelijk bereik. Dat leidt vooralsnog tot uitstekende bedrijfsresultaten. Zo boekte Facebook het afgelopen kwartaal een omzet van 4,5 miljard dollar (ca. 4,1 miljard euro), een stijging van 40 procent ten opzichte van een jaar eerder. De winst kwam ruim 10 procent hoger uit op 896 miljoen dollar (ca. 834 miljoen euro).

 

In september kondigde Facebook aan om de advertentiemogelijkheden op Instagram uit te breiden (onder meer met langere video’s). Op berichtendienst WhatsApp, eigendom van Facebook, staan vooralsnog geen advertenties. Het is nog niet bekend hoe de app met meer dan 900 miljoen gebruikers winst moet maken.

 

Ook Camarilla heeft op dit moment geen verdienmodel. Scholten zegt er nog niet mee bezig te zijn. De app moet „eerst in een behoefte voorzien” voordat er aan geld verdienen wordt gedacht.

 

*****

Facebook, maar dan toch net anders

 

Hoe kunnen we weer onszelf zijn op internet? Deze initiatieven probeerden het elk op hun eigen manier.

 

  • Google+ moest een Facebook-concurrent worden, maar daar is drie jaar na de lancering allerminst sprake van. De gebruiker kon connecties indelen in ‘kringen’ (zoals vrienden, familie en collega’s), zodat je gericht iets met een groep kon delen. Het sloeg niet aan. Vorige week kreeg Google+ een grote update; het richt zich nu vooral op het delen van interesses – en is daarmee eerder een concurrent van Reddit en Pinterest dan van Facebook.
  • Apps als Secret, Whisper en YikYak gokken op anonimiteit. Zo’n anderhalf jaar geleden was hier veel om te doen. Anoniem zou je vrijuit durven spreken, luidde de redenering. Hoewel de oprichters van allemaal spraken over de positieve kracht van anonimiteit, bleken de apps zich vooral te lenen voor roddel en achterklap. Secret is inmiddels opgeheven. Whisper en YikYak bestaan nog wel, maar kampen met negatieve publiciteit.
  • Dan zijn er nog apps waarvan de foto’s of video’s na het zien verdwijnen, met Snapchat als bekendste voorbeeld. Als foto’s niet voor eeuwig kunnen worden bewaard, is de drempel om ze te versturen een stuk lager, is het idee. Snapchat heeft naar eigen zeggen 100 miljoen dagelijks actieve gebruikers; vooral tieners.